Voor de geitenhouders komt de aandacht enigszins onverwacht. Wat betreft bedrijfsmanagement was vorig jaar niet veel anders dan de jaren ervoor. Dat ze in 2025 met hun voerwinst met kop en schouders boven de rest uitsteken, verklaren ze onder andere door het goede weer, waardoor er zeer goed ruwvoer gewonnen is. “Ons doel is om met eigen ruwvoer zoveel mogelijk te melken”, zegt Wim, die samen met vader Luc verantwoordelijk is voor het voerstuk op het bedrijf. “Melk uit ruwvoer is de goedkoopste melk. Daarop ligt onze focus.” Dafne bekommert zich om het melken. Over 2025 hebben hun geiten gemiddeld 1.444 kilo melk gegeven met 50 kilo eiwit en 60 kilo vet. Opgeteld is dit maar liefst 110 kilo vet en eiwit! Om deze resultaten te behalen is het belangrijk dat geiten jaarrond hetzelfde voer krijgen, stelt Dafne. Voor het dagelijks rantsoen worden daarom de grassneden gemengd gevoerd. Wim: “Kuilgras kan door het jaar heen in kwaliteit wisselen. Door de verschillende snedes gemengd te voeren, hebben we zomer en winter dezelfde kwaliteit. Dat zie je terug in de prestaties.”
Het gras verdwijnt op het bedrijf in Brecht niet in een sleufsilo maar in balen. Dat geeft de benodigde flexibiliteit om de grassnedes gemengd te voeren. Daarnaast is de kwaliteit in balen altijd goed omdat er geen broei en uitkuilverliezen optreden, wat bij gebruik van een sleufsilo wel het geval kan zijn. De grasoogst doen de ondernemers voornamelijk zelf. Zo houden ze zicht op de kwaliteit van het geoogste gras. Het maaien besteden ze uit aan de loonwerker, maar het schudden, wiersen, persen en in balen wikkelen doen ze zelf, samen met vader Luc. “Dan hoeven we niet te wachten op de loonwerker en kunnen we het ideale moment bepalen”, zegt Dafne. Om het gehalte ruw as zo laag mogelijk te houden, mag de loonwerker pas rondom het middaguur komen maaien, wanneer het gras droog is en geen zand meer aan het gras hecht. Daarna wordt het gras één keer gehooid en altijd binnen 48 uur in balen geperst bij een drogestofpercentage van 40 tot 45 procent. Bij een zwaardere snede kan het percentage iets lager liggen en bij een lichtere, bladrijke snede wat hoger. Om de verteerbaarheid van het geoogste gras zo hoog mogelijk te houden, wordt de tweede en derde snede geoogst voordat de aar zichtbaar wordt.
Ook bij de maisoogst letten de geitenhouders op het voorkomen van zand in het product. Dit moet er onder andere voor zorgen dat de listeriabacterie niet in de maiskuil terecht komt. Geiten zijn gevoelig voordeze bacterie, vooral bij een verlaagde weerstand. De maisplanten worden daarom op een hoogte van 60 centimeter gehakseld. Hierdoor is ook de vertering van de mais beter. Om broei te voorkomen, laten de ondernemers een broeiremmer toevoegen aan de ingekuilde mais. Zo blijft de kwaliteit van het voer behouden en is er zo min mogelijk voerverlies. Gras en mais zijn samen goed voor 40 procent van het rantsoen op basis van droge stof. De ruwvoeders worden aangevuld met krachtvoer, losse grondstoffen soja en maisvlokken en vochtrijke bijproducten perspulp en bierbostel. Vanwege de smalle voergangen worden de geiten dagelijks meerdere keren gevoerd met een voerrobot die aan een rail hangt. Wim: “Zo beschikken de geiten altijd over vers voer en blijft de voerkwaliteit aan het voerhek behouden.”
De hoge melkproductie en voerwinst komen volgens Dafne ook omdat er veel aandacht wordt geschonken aan de opfok. Daarmee groeien jonge geiten uit tot grote volwassen melkgeiten die maximaal kunnen presteren. De aanpak begint al bij de geboorte, waarbij de jonge geiten biest krijgen van de eigen geiten. Hiermee krijgen ze antistoffen binnen tegen kiemen die op het bedrijf aanwezig zijn. De jonge vrouwelijke geiten krijgen biest met een brixwaarde van minimaal 23. Voor de jonge bokken wordt een brixwaarde van minimaal 20 aangehouden. Voor hen wordt de biest verder aangevuld met koeienbiest. Bovendien krijgen de jonge geiten een autovaccin toegediend. Dit is een vaccin dat ontwikkeld is vanuit ziektekiemen die op het bedrijf aanwezig zijn. Het geeft de jonge dieren de beste bescherming voor een ongestoorde groei. Dafne: “Ons streven is zo weinig mogelijk trammelant in de opfok. Daarom maken we elke dag de spenen grondig schoon en reinigen we twee tot drie keer per week het systeem waarin de melk wordt aangemaakt.” Hygiëne en een goed stalklimaat zijn voor Dafne en Wim de belangrijkste onderdelen van een goede opfok. Ook dagelijks vers voer verstrekken aan de lammeren en hooi aanbieden vanaf week 1, draagt bij aan een probleemloze opfok en een goede groei van de jonge dieren. Na de eerste keer aflammeren krijgen de jonge geiten een iets zetmeelrijker rantsoen dan de oudere geiten. Hierdoor blijven ze zich ontwikkelen gedurende hun prille productieve leven. “We willen dat onze geiten uitgroeien tot goed ontwikkelde volwassen geiten die veel melk kunnen geven.”
Ongeveer de helft van de 50 hectare grasareaal die Dafne en Wim in gebruik hebben, bestaat uit kruidenrijk grasland. Ze telen dit gras/ kruidenmengsel voornamelijk om de gezondheid van de geiten op een hoog niveau te houden. Het mengsel bevat naast gras en rode en witte klaver diverse kruiden, waaronder: esparcette, cichorei, karwij, smalle weegbree en luzerne. De kruiden zijn rijk aan sporenelementen en bevorderen de stofwisseling en algehele gezondheid. Daarnaast is het mengsel goed bestand tegen droogte. Dat iis een groot voordeel omdat de graslanden op het bedrijf niet worden beregend.
Naast het optimaliseren van het rantsoen, helpt geitenspecialist Pieter Schoenmakers van Voergroep Zuid ook bij de selectie van de bokmoeders en geeft hij paringsadvies. Om ziekte-insleep te voorkomen gebruiken Dafne en Wim alleen KI-bokken voor de bokmoeders. Uit de 1.500 melkgeiten worden elke twee jaar vijftig bokmoeders geselecteerd, goed voor de aanwas van ongeveer dertig dekbokken.