Stabiliteit draait echter om meer dan alleen de grondstofkeuze. Nutritionist Stef Lefebure kijkt hier dagelijks kritisch naar: “Goed voer maken gaat verder dan er alleen voor zorgen dat de nutriëntbehoeften kloppen. Dat is namelijk geen garantie voor hetzelfde resultaat. Een snel veranderende grondstofsamenstelling kan, zelfs bij gelijke nutriëntwaarden, een aanzienlijke impact hebben op de dierprestaties! Stabiele nutriëntwaardes garanderen enkel een stabiel label.”
Een belangrijke pijler voor stabiele en voorspelbare technische resultaten is het inrekenen van voldoende maïs. Dirk Briels: “Door te kiezen voor een hoger aandeel maïs zorgen we voor extra stabiliteit. Een tweede reden om maïs de voorkeur te geven boven tarwe is het risico op darmproblemen rondom de nieuwe tarweoogstperiode. Een te hoog aandeel tarwe uit de nieuwe oogst verhoogt namelijk de kans op darmproblemen, wat kan leiden tot natte mest.”
Uiteraard zitten er tussen de verschillende voerlijnen van het merk Bruekers onderdeel van Voergroep Zuid verschillen in het maïsaandeel. Dirk: “Onze Profijtlijn is meer prijs-gestuurd, dus is de hoeveelheid maïs meer variabel dan in de Prestige lijn. Toch beschikt ook onze Profijtlijn over een bovengemiddeld aandeel maïs. We doen dus nergens enige concessie.”
Het verhogen van het aandeel maïs vraagt wel om voldoende toegevoegd vet, zo vindt ook Pluimveespecialist Sef Janssen: “Maïs is extreem zetmeelrijk en de omzetting van zetmeel in vetten is behoorlijk belastend voor de lever. Dit kan leiden tot leververvetting. Door het voer aan te vullen met voldoende vetten en oliën zorgen we voor een gebalanceerd dieet, wat de afhankelijkheid van zetmeel verkleint.”
Waar veel gewerkt wordt met maïs is het belangrijk om bij inname voldoende aandacht te hebben voor de verschijningsvorm. Het behalen van stabiele topprestaties vraagt namelijk om een stabiele voerstructuur. Nutritionist Stef Lefebure: “Het bewaken van de structuur begint bij de inname, waar we sturen op de structuur van ons legmeel. Als er veel fijne fracties bij de maïs zitten, wordt het lastig om de kleinste fractie in het legmeel te beperken. We kiezen er dan ook voor om maïs bij inname optisch te beoordelen en te onderzoeken. Maïs met veel breuk zetten we in voor korrelvoer.”
Voordat het voer onderweg naar de pluimveehouder gaat, voeren we een laatste controle uit. Stef: “Met een zeefanalyse analyseren we of het geproduceerde voer binnen de gestelde bandbreedtes valt. Mochten we hier buiten vallen, dan schakelen we snel en volgt er actie!”
De keuze voor een bepaalde voerlijn draait om een goede en logische combinatie van nutriënten en grondstoffen. Lefebure: “We kijken continu kritisch naar ons voerassortiment, waarbij nutritie direct en snel met de buitendienst schakelt. Hierdoor sluit het assortiment steeds aan bij de wensen van ieder type ondernemer en kip. Zo signaleerden we in de markt een groeiende behoefte aan een voerlijn gericht op het snel behalen van eigewichten á 62 / 63 gram.”
Om deze behoefte te dekken kijken we naar de optimale benutting van niet-essentiële aminozuren. Lefebure: “Aminozuren zijn de bouwstenen van eiwitten en daarmee onmisbaar voor eiproductie. Deze aminozuren bestaan uit essentiële en niet-essentiële. Een leghen kan zelf geen essentiële aminozuren maken, dus dienen deze voldoende via het voer verstrekt te worden. Niet-essentiële aminozuren kunnen wél door de hen zelf worden aangemaakt. Voorwaarde hiervoor is dat het voer voldoende eiwitten bevat om deze transformatie mogelijk te maken. Essentiële aminozuren kunnen ook bijdragen in de aanmaak van niet-essentiële aminozuren, maar dit is een eindig proces. Niet-essentiële aminozuren zijn nodig voor processen als eiproductie, onderhoud van spieren en herstel van veren. Bij hoogproductieve hennen bestaat echter de kans dat wat de hen zelf kan aanmaken, onvoldoende is voor haar behoeften.”
Dit werd onlangs bevestigd door onderzoek, wat uiteindelijk leidde tot de nieuwe Prominentlijn. Briels: “De nieuwe lijn past goed bij pluimveehouders die snel optimale eigewichten nastreven, met name bij bruine leghennen. Dit komt doordat bruine leghennen, gezien het hogere lichaamsgewicht, ook meer aminozuren nodig hebben voor lichaamsonderhoud.”
Pluimveespecialist Sef Janssen ziet ook kansen voor pluimveehouders die eieren zelf vermarkten: “Voor pluimveehouders met een eierautomaat of pakstation is een voerlijn die erop stuurt om snel op ideale eigewichten te komen met een goede eischaalkwaliteit extra voordelig! Stabiliteit in voer is daarbij de sleutel tot succes.”