In de afgelopen jaren daalde het voerverbruik per leghen drastisch. Pluimveenutritionist Stef Lefebure: “Figuur 1 laat zien dat het potentieel van een witte leghen begin jaren ’90 nog onder de 400 eieren lag. Tegenwoordig zitten we volgens genetici bijna 150 eieren hoger.” Opvallend daarbij is dat de totale hoeveelheid voer gelijk bleef. Stef: “Hierdoor daalde het voerverbruik van een witte leghen van ruim 170 gram naar ruim 120 gram voer per ei. De hen van vandaag de dag kan meer met minder. Dat is naast genetische vooruitgang ook het resultaat van preciezer voeren en beter management.”

Figuur 1: Het voerverbruik van de witte leghen bleef sinds begin jaren ’90 nagenoeg gelijk, waar de eiproductie flink steeg.
Dat deze efficiëntieslag een flinke invloed heeft op de voerwinst, bleek uit een vergelijk tussen elf verschillende koppels. In deze vergelijking werden de voerwinst, het voerverbruik per ei en het aantal eieren van elf verschillende koppels naast elkaar gezet. Dirk Briels: “De voerwinst van het koppel met het hoogste aantal eieren per leghen lag zo’n vijf procent lager dan het koppel met de hoogste voerwinst (=nummer één). Dat terwijl deze nummer één zo’n 3,5 ei per leghen minder produceerde.”
Vandaag de dag komt een verschil van vier procent in voerwinst al snel neer op €1,- per leghen.”
Sectormanager pluimvee - Dirk Briels
Toch hield deze pluimveehouder onder aan de streep het meeste over. Dirk Briels: “Puur gekeken naar rendement is het interessant om te weten wat het laatste eitje uiteindelijk waard is. Alle pluimveehouders uit de lijst kregen een ‘taart’ voor vijfhonderd eieren, behalve één. Deze pluimveehouder behaalde echter wel de één na hoogste voerwinst. Vandaag de dag komt een verschil van vier procent in voerwinst al snel neer op €1 per leghen.”
Wie het rendement wil verhogen, moet weten waaraan elke gram voer in de kip besteed wordt. Dat begint bij voeren naar behoefte. Dat vraagt om een goed inzicht in de potentie van de leghen, de aanpak en de prestaties in de stal. Stef Lefebure: “Met de OptiKip®-voermonitor gaan we wekelijks na of aan de behoefte van de leghennen, gebaseerd op lichaamsgewicht, groei, eimassa en voeropname, is voldaan. Dit inzichtelijk maken zorgt ervoor dat je preciezer kunt voeren, wat leidt tot een efficiënte eiproductie en een maximale voerwinst.”
Preciezer voeren begint met realtime meten aan de hen zelf, zeker in de opstartfase. Onlangs startte Voergroep Zuid met vetmetingen bij leghennen. Stef Lefebure: “Door dit te meten kijken we verder dan naar lichaamsgewicht alleen. Een leghen met hetzelfde lichaamsgewicht kan op het oog hetzelfde zijn, maar flink verschillen in lichaamssamenstelling. Het vetgehalte van een kip heeft gevolgen voor de eiproductie gedurende de ronde en daarmee ook voor de behoefte van de leghen. Een leghen met gunstiger meetwaardes legt cumulatief meer eieren, wat vraagt om een andere aanpak, passend bij de behoefte.”
Deze aanpak gaat verder dan voer alleen. Zo moet er een optimale leefomgeving voor de hen worden gecreëerd. Stef Lefebure: “De belangrijkste invloedsfactoren hiervoor zijn opfok, voer, water, gezondheid, management en klimaat. Ons doel is om vijfhonderd eieren te halen, maar óók met zestig kilogram voer in honderd weken. Om dat haalbaar te maken, moet je op al deze onderdelen een tien scoren. Laat je op één van deze onderdelen wat liggen, dan pakken we dat samen met de pluimveehouder planmatig aan.”
Binnen Voergroep Zuid wordt hiervoor gewerkt volgens de 5-eren. Dirk Briels: “Het 5-eren-model werkt als volgt. Ten eerste observeren we op basis van wat we zien in de stal. Vervolgens analyseren we de beschikbare data, waarna we adviseren op basis van de doelstellingen die we vooraf afstemmen met de ondernemer. Daarna realiseren we de plannen met behulp van onze aanpak en evalueren we de resultaten met behulp van data en het beeld in de stal.”
Die planmatige werkwijze laat zien dat rendement in de legpluimveehouderij geen kwestie is van toeval, maar van voortdurende aandacht. Dirk Briels: “Door data, stalbeeld en metingen te combineren, is de genetische potentie haalbaar. Waar een hen dertig jaar geleden nog geen vierhonderd eieren produceerde, zijn er nu koppels die de grens van vijfhonderd eieren naderen met nauwelijks meer voer. Dat maakt elke gram voer die bespaard wordt de moeite waard. Een verschil van enkele grammen per dag kan op jaarbasis duizenden euro’s schelen. Records mogen we blijven vieren, maar wie rendement wil behouden, mag tijdens het vieren het voer niet vergeten.”