Complete rust. Dat is wat opvalt in de stallen van Gert Goetschalckx in Oostmalle, vlakbij Turnhout. De stieren en het vrouwelijk vleesvee liggen rustig te herkauwen. Sommigen liggen zelfs plat op hun zij in het ruime stro en kijken niet op als het bezoek langs de hokken loopt. Je ziet het meteen: deze dieren zijn volkomen tevreden en groeien hard. Dit mooie beeld heeft Gert niet altijd gezien. Voordat hij van Voergroep Zuid voerde was het rantsoen misschien aan de snelle kant, tegen pensverzuring aan. “Je zoekt altijd een evenwicht tussen groei, kwaliteit en kosten. Je denkt dat gevonden te hebben, maar dan blijkt het toch beter te kunnen.”

Nadat hij met Bart Gielen in contact kwam, is het rantsoen op verschillende onderdelen aangepast. “Het allerbelangrijkste is een optimale vertering”, zegt de vleesveespecialist van Voergroep Zuid. “Als de mais aan de snelle kant is en er zit ook een behoorlijk aandeel tarwe in het rantsoen en wat lijnzaad, dan weet je dat het moeilijk wordt om het optimum te behouden.” In de nieuwe aanpak is het energieniveau behouden maar de snelheid van het rantsoen verlaagd. Lijnzaad is voorlopig uit het rantsoen verdwenen. Het gedrag van de dieren veranderde binnen enkele dagen. Er kwam rust in de stal die niet meer is weggegaan.
Het rantsoen bestaat momenteel uit mais, kuilgras, perspulp, aardappelsnippers, aangevuld met de kern StierenPromix van Voergroep Zuid. In de eindfase van de afmestperiode krijgen de dieren nog een extra portie maismeel voorgeschoteld. “De rol van Bart op mijn bedrijf is helder”, zegt Gert. “Hij moet het ideale rantsoen voor elkaar krijgen.” Daarnaast sparren beiden over de bedrijfsdoelen waarbij een optimale groei, lage kostprijs en dus een maximaal rendement centraal staan. Gert: “Het scheelt dat Bart ook zelf vleesvee houdt, hij heeft verstand van dieren en weet hoe er geld verdiend kan worden met dit vee.” Gert houdt tweehonderd stuks vleesvee en koopt zijn dieren zelf in. Waar hij voorheen voornamelijk Belgisch witblauwen kocht, richt hij zich nu meer op de Franse rassen blonde d’Aquitaine, limousin en parthenaise. Franse rassen zijn volgens hem sterker, hebben minder gezondheidsproblemen, kunnen met minder krachtvoer toe en groeien ook nog eens langer door. “Dit betekent dat je met lagere kosten eenzelfde opbrengst kunt halen.” Ook het prijsverschil tussen Franse rassen en Belgisch witblauw is tegenwoordig niet groot. Dit komt onder andere omdat Belgisch witblauw niet in het Beter Leven-concept zit.

Als Gert naar de toekomst kijkt, ziet hij een duidelijke tendens: de houderij van vleesvee wordt afhankelijk van de beschikbaarheid van jonge dieren. Er is een behoorlijke vergrijzing onder fokkers en dat betekent dat het aantal zoogkoeien en vrouwelijk vleesvee afneemt. Dit vertaalt zich in een hogere prijs voor de dieren die in de mesterij belanden. “Onze tak wordt daardoor kostenintensiever en de financiële risico’s nemen toe.” Gert vraagt zich ook af wat dit doet met de prijs van vlees op het bord van consumenten. “Zijn ze nog bereid voor onze producten te betalen of zoeken ze naar alternatieven voor rundvlees?” Hij verwacht daarom dat er nog meer kosten uit de keten gehaald gaan worden. Bijvoorbeeld door een gesloten bedrijfsopzet waarbij fokken en afmesten op dezelfde locatie gebeurt. Gert: “Je vermijdt veterinaire kosten en transport. Ook de handelsmarge gaat uit de kostprijs. Als een dier niet meer van eigenaar verandert, bespaar je meteen 100 euro.” Bart vult aan dat de dieren in dat geval ook minder stress ervaren, wat de gezondheid en de technische prestaties ten goede komt. Daarnaast neemt de maatschappelijke druk toe om het dierenwelzijn verder te bevorderen. Gert: “Een gesloten bedrijfsvoering zal daarom in de toekomst vaker voorkomen.”
Hoewel er onzekerheden zijn naar de toekomst, gelooft de vleesveehouder uit Oostmalle dat er altijd kansen liggen. Zelf is hij de derde generatie in het vak en elke generatie heeft volgens hem zo haar eigen dilemma’s te overwinnen. “In ons vak ben je van veel dingen afhankelijk. Een goede sparringpartner is daarom belangrijk.” Bij familie Goetschalckx staat inmiddels de vierde generatie letterlijk in de kinderschoenen. Of hij voor hetzelfde vak kiest als zijn vader, opa en overgrootvader is nog te bezien. “De toekomst zal het leren”, besluit Gert met een lach.
