Volgens John van den Hombergh, specialist wet- & regelgeving bij Voergroep Zuid, levert dit niet alleen een bijdrage aan het verlagen van de stikstofuitstoot, maar ook aan een lagere carbon footprint en een beter financieel resultaat. “Minder stikstof in de mest betekent dat er meer drijfmest op eigen grond geplaatst kan worden en er minder mest hoeft te worden afgevoerd. Dat scheelt direct in de mestafzetkosten.”
Daarbij geldt wel een belangrijke voorwaarde. “Het lagere eiwitgehalte mag nooit ten koste gaan van melkproductie, gehaltes of diergezondheid. De uitdaging is om daarin het optimale evenwicht te vinden”, zegt John. In het rekenvoorbeeld hieronder is te zien hoe een verlaging van vijf gram ruw eiwit in het rantsoen, invloed heeft op de mestafzetkosten. Met een verlaging van 5 gram ruw eiwit in het rantsoen bespaart het voorbeeldbedrijf, uitgaande van € 25,- per ton, € 2.500,- aan afzetkosten van drijfmest per jaar.

Naast lagere mestafzetkosten biedt een lager ruw eiwitgehalte ook kansen om de voerkosten te verlagen. “Aanvullende eiwitbronnen zijn relatief duur. Door deze gerichter in te zetten, verbetert het voersaldo”, zegt Johan Absil, rundveespecialist bij Voergroep Zuid.
‘’De basis daarvoor ligt bij kwalitatief hoogwaardig ruwvoer. Met goed verteerbaar gras kan het rantsoen nauwkeuriger worden afgestemd op de behoefte van de koe. Dat zorgt voor een efficiëntere benutting van voedingsstoffen, een betere pensfermentatie en minder methaanuitstoot. Daarmee daalt niet alleen de stikstofuitscheiding, maar ook de carbon footprint van de melk.’’
Om melkveehouders hierbij te ondersteunen werkt Voergroep Zuid nauw samen met Groeikracht. “We helpen ondernemers om de kwaliteit van hun ruwvoer verder te verbeteren”, vertelt Johan. “Uit praktijkervaring blijkt dat jong maaien en drie snedes vóór de langste dag zorgen voor een uitstekende graskwaliteit. Daarnaast delen we wekelijks praktische tips via de Ruwvoerupdate App en versturen we tijdens het grasseizoen de Vers Gras Monitor met actuele adviezen over onderwerpen als verdroging en kwaliteitsverlies.”
Voergroep Zuid-klanten scoren al jaren goed als het gaat om het ruw eiwitgehalte in het rantsoen. “Gemiddeld zitten onze klanten rond de 150 gram ruw eiwit per kilo droge stof”, vertelt John. “In 2025 lag dat iets hoger dan de 146 gram in 2024. Dat is goed verklaarbaar door de hoge melkprijs eind 2024 en begin 2025, waardoor veehouders meer krachtvoer inzetten om extra melk te produceren. Ondanks die lichte stijging blijven onze klanten ruim onder de convenantsnorm van 160 gram die in 2025 gold.”
Toch ziet Voergroep Zuid nog mogelijkheden voor verdere optimalisatie. Vooral in het werkgebied met veel zand- en kleigrond zijn de omstandigheden gunstig, maar dat betekent niet automatisch dat elk bedrijf optimaal presteert. “Binnen ons klantenbestand zien we een behoorlijk spreiding”, legt John uit. “De 25 procent bedrijven met het laagste ruw eiwitgehalte voeren ongeveer 140 gram per kilo droge stof, terwijl de hoogste 25 procent rond de 159 gram zit. Dat laat zien dat er voor een deel van de melkveehouders nog kansen liggen om efficiënter met eiwit om te gaan en tegelijkertijd de stikstofuitstoot verder te verlagen.”

Dat een lager ruw eiwitgehalte goed samengaat met een gezonde en productieve veestapel blijkt uit de resultaten van project Koe & Eiwit. Met dit 4-jarig project, dat in juni is afgesloten is veel ervaring opgedaan met een lager ruw eiwit in het rantsoen.
Binnen deze praktijkpilot werd het rantsoen van ruim 150 deelnemende melkveebedrijven geoptimaliseerd met als doel uit te komen op 155 gram ruw eiwit per kilo droge stof. “Uit de analyses bleek dat het verlagen van het ruw eiwitgehalte geen significant effect had op de melkproductie”, vertelt Johan. Daarnaast is samen met dierenartsen gekeken naar diergezondheid, biestkwaliteit en het geboortegewicht van kalveren. Ook op deze onderdelen werden geen nadelige effecten vastgesteld. Daarmee laat de praktijk zien dat een lager ruw eiwitgehalte uitstekend mogelijk is, mits het rantsoen zorgvuldig wordt samengesteld.’’
Een hogere stikstofefficiëntie levert uiteindelijk op meerdere fronten voordeel op. Minder stikstof in de mest verlaagt de mestafzetkosten, een efficiënter rantsoen beperkt de krachtvoerkosten en een lagere carbon footprint kan bovendien extra melkgeld opleveren. “FrieslandCampina beloont melkveehouders met een lagere carbon footprint via een toeslag op het melkgeld”, zegt John. “Omdat de norm ieder jaar verder wordt aangescherpt, blijft het belangrijk om het rantsoen kritisch te blijven optimaliseren. Gerichte sturing op ruw eiwit levert daardoor niet alleen een bijdrage aan de duurzaamheidsdoelen, maar ook aan een sterker economisch resultaat voor het melkveebedrijf.”
Voergroep Zuid helpt melkveehouders graag om een optimaal resultaat te behalen. Johan: ‘’We bieden gericht advies om goed verteerbare gras en mais te winnen. Daarnaast berekenen we uitgebalanceerde rantsoenen voor het jongvee en de melk- en droogstaande koeien. Vervolgens controleren we aan de hand van onze RantsoenExact aanpak of het rantsoen in de praktijk werkelijk overeenkomt met het berekende rantsoen en sturen bij indien nodig. Ook controleren we de vertering van het rantsoen door mest te zeven. Hieruit kunnen we haarfijn concluderen of het rantsoen doet wat het moet doen. Tenslotte ondersteunen we onze klanten in het uitwerken van de mestboekhouding en de kringloopwijzer. Met deze factoren werken we samen met onze klanten aan gezonde koeien met een hoog voersaldo per koe per dag.’’