In het convenant is afgesproken dat het gemiddelde aandeel ruw eiwit in het totale rantsoen van Nederlandse melkveebedrijven moet dalen naar maximaal 160 gram per kilo droge stof in 2025 en naar 158 gram per kilo droge stof in 2026. Doel hiervan is om via het voerspoor een bijdrage te leveren aan het voorkomen van een overschrijding van het mestproductieplafond en het verminderen van de druk op de mestmarkt. ‘’Wanneer het productieplafond wordt overschreden, dan kan dit leiden tot generieke kortingen op fosfaatrechten. Dan mogen veehouders minder dieren houden’’, legt John van den Hombergh, specialist wet- en regelgeving bij Voergroep Zuid, uit. ‘’Het verlagen van het aandeel eiwit in het melkveerantsoen resulteert in een lagere stikstofproductie door de melkveestapel en helpt daarmee generieke kortingen op fosfaatrechten te voorkomen.’’
Het verlagen van de stikstofuitstoot heeft niet alleen invloed op het mestproductieplafond, maar ook op de afzetkosten van mest en daarmee op de portemonnee van de melkveehouder. Door een lager stikstofgehalte in de mest kunnen er meer tonnen mest per hectare worden gebruikt en hoeft er minder mest te worden afgevoerd. Rundveespecialist Johan Absil: ‘’Bovendien zijn aanvullende eiwitbronnen duur. Door deze efficiënter in te zetten dalen de krachtvoerkosten en - afhankelijk van waar de eiwitbronnen geproduceerd worden - ook de carbon footprint. Dit laatste resulteert bij steeds meer melkfabrieken in meer melkgeld.’’ Dit financiële voordeel benutten kent volgens John wel een belangrijke randvoorwaarde. ‘’Het lager aandeel eiwit in het rantsoen mag nooit ten kosten gaan van melkproductie, gehaltes en diergezondheid. Lagere afvoerkosten van mest wegen niet op tegen het melkgeld dat je misloopt bij een lagere melkproductie.’’
Voergroep Zuid erkent het belang van het verlagen van de stikstofuitstoot al jaren en ondersteunt het convenant. Al sinds de ontwikkeling van de BEX (Bedrijfsspecifieke Excretie) in 2006 is Voergroep Zuid actief om melkveehouders te helpen met het berekenen van de stikstof- en fosfaatexcretie op hun bedrijf om daarmee de mestafvoer zoveel mogelijk te beperken. Dit heeft geleid tot volop kennis over en ervaring met het verbeteren vande stikstofefficiëntie. Deze kennis helpt bij het samenstellen van een rantsoen op maat. Johan: “Meer eiwit voeren dan de dieren benutten, resulteert direct in een hogere stikstofuitstoot en daarmee hogere afvoerkosten. Te weinig eiwit voeren resulteert in een lagere melkproductie, wat ook negatieve gevolgen heeft voor het bedrijfsresultaat. Hierin balanceren vergt vakmanschap.”
Doorgaans wordt het aandeel eiwit in het rantsoen door de voeradviseur bepaald en achteraf bij de mestboekhouding berekend. Anders dan bij veel andere voerfirma’s neemt Voergroep Zuid beide rollen op zich. ‘’Doordat wij voor onze klanten de mestboekhouding én de kringloopwijzer invullen, hebben wij alle belangrijke kengetallen tot onze beschikking. Daarmee kunnen we snel schakelen indien rantsoenaanpassing gewenst is en strakker sturen op de stikstofuitstoot’’, licht Johan toe. Dit blijkt ook uit de resultaten van Voergroep Zuid klanten. In 2024 kwam het gemiddelde ruw eiwit gehalte van het totale rantsoen uit op 147. Dit bij 993 VEM en een gemiddeld ureumgetal in de tankmelk van 19,4. Dit ruw eiwit gehalte zit ruim onder de gestelde doelen van 2025 en 2026. Belangrijkste reden hiervan is dat de gemiddelde Voergroep Zuid-klant slechts 30 procent gras(kuil) in het rantsoen opneemt.
De samenstelling van een goed rantsoen begint bij het produceren van een goede kwaliteit ruwvoer. Om klanten hier bewust van te maken en scherp op te laten acteren werkt Voergroep Zuid veel samen met ruwvoerspecialist Mark de Beer van Groeikracht. Hij deelt meerdere keren per jaar de nieuwste inzichten en ontwikkelingen op het gebied van ruwvoerwinning met de rundveespecialisten van Voergroep Zuid. Ook worden deze inzichten vertaald naar video’s met praktische tips, wordt er wekelijks een VersGras-monitor verspreid en verschijnen er met enige regelmaat WhatsApp berichten met adviezen over succesvolle ruwvoerwinning.